Realisatie
In 1951 werd min of meer bij toeval, namelijk bij onderzoek naar olie en gas, een grote formatie steenzout ontdekt in de omgeving van Winschoten en Veendam in de provincie Groningen. De zoutlagen, die normaliter op een diepte van 2000 tot 3000 meter liggen en het Groningen gas reservoir al zo’n 250 miljoen jaar hermetisch afsluiten, zijn in deze omgeving opgestulpt. Zo’n opstulping wordt ook wel een zoutkoepel, zoutdome of zoutberg genoemd. Tussen Ommelanderwijk en Zuidwending, vlakbij Veendam, ligt zo'n zoutberg, waarvan de top op ongeveer 200 meter onder het maaiveld ligt. Geologisch onderzoek wijst uit dat holtes in het zoutgesteente, diep onder de grond in Noord-Nederland, uitstekend kunnen voldoen als een snel te laden en te ontladen gasbuffer. Het gesteente is ondoordringbaar, zeer stabiel en bevindt zich diep in de ondergrond.
Daarnaast is de ligging ten opzichte van de aardgastransportleidingen en het Slochteren-aardgasveld uiterst gunstig.