Het creëren van cavernes

Het creëren van cavernes

Door zout dat zich in de diepe ondergrond bevindt op te lossen met water en dit zoute water, ook wel pekel genoemd, naar boven te pompen ontstaan cavernes, holtes in de bodem. Hiertoe wordt een 1500 meter diep gat geboord waarin twee in elkaar geschoven buizen worden geplaatst. Via de binnenbuis wordt water in de ondergrondse zoutlaag gepompt. Daardoor lost ter plaatse het zout op. Het opgeloste zout, de pekel, wordt via de buitenbuis naar boven gedrukt. Dit oplosproces, het zogenoemde uitlogen, vergt tijd. Het duurt dan ook circa twee jaar voordat een caverne de gewenste vorm en grootte van zo'n 500.000 m3 inhoud heeft bereikt. Aan het eind van die twee jaar is er een caverne gevormd die vol staat met pekel.

De ruwe pekel die uit de caverne wordt gepompt, wordt naar een pekelstation getransporteerd. Hier wordt het ontgast en van vaste stoffen ontdaan. Omdat het zoutgehalte van de pekel nog niet hoog genoeg is voor verwerking bij AkzoNobel in Delfzijl, wordt de pekel naverzadigd in de bestaande zoutwinningsputten van AkzoNobel in Zuidwending en Heiligerlee. De verzadigde pekel wordt daar vandaan via een pijpleiding naar de productielocatie van Akzo Nobel in Delfzijl getransporteerd. Na zuivering wordt het hoofdzakelijk gebruikt voor de fabricage van zout voor industriële toepassingen en een klein deel voor wegenzout.

Zodra een caverne door het uitlogen de juiste vorm en grootte heeft bereikt, kan deze met gas worden gevuld. Het gas wordt onder druk in de caverne geïnjecteerd waardoor de overgebleven pekel uit de caverne wordt gedrukt. Elektrisch aangedreven compressoren brengen het aardgas op de juiste druk. Als alle pekel is verdrongen door gas, is de caverne bedrijfsgereed.