Hoe een caverne wordt gebouwd

De cavernes worden gemaakt door twee vijftienhonderd meter diepe gaten te boren. In elk gat worden twee buizen geplaatst, waarbij de ene buis in de andere wordt geschoven. Via de ene buis pompen we water in de zoutlaag waardoor het zout oplost. Dit noemen we logen. Het opgeloste zout, pekel genoemd, wordt via de andere buis naar boven gedrukt en afgevoerd naar de fabriek van onze partner AkzoNobel in Delfzijl. Dit oplosproces vergt tijd. Het duurt twee tot drie jaar voordat een caverne de vorm en grootte heeft die geschikt is voor gasopslag. Daarna wordt hij voor het eerst gevuld met gas. Dat noemen we debrinen. Door gas onder druk in de caverne te injecteren, wordt de laatste pekel eruit gedrukt.

 

Waarom deze locatie?

In 1951 werd min of meer bij toeval een grote formatie steenzout ontdekt in de omgeving van Winschoten en Veendam in de provincie Groningen. De zoutlagen, die normaliter op een diepte van 2000 tot 3000 meter liggen en het Groningen gas reservoir al zo’n 250 miljoen jaar hermetisch afsluiten, zijn in deze omgeving opgestulpt. Zo’n opstulping wordt ook wel een zoutkoepel, zoutdome of zoutberg genoemd. Tussen Ommelanderwijk en Zuidwending, vlakbij Veendam, ligt zo'n zoutberg, waarvan de top op ongeveer 200 meter onder het maaiveld ligt. Geologisch onderzoek wijst uit dat holtes in het zoutgesteente, diep onder de grond in Noord-Nederland, uitstekend kunnen voldoen als een snel te laden en te ontladen gasbuffer. Het gesteente is ondoordringbaar, zeer stabiel en bevindt zich diep in de ondergrond. Daarnaast is de ligging ten opzichte van de aardgastransportleidingen en het Slochteren-aardgasveld uiterst gunstig.

 

Het creƫren van cavernes

Door zout dat zich in de diepe ondergrond bevindt op te lossen met water, en dit zoute water -ook wel pekel genoemd- naar boven te pompen ontstaan cavernes, holtes in de bodem. Hiertoe wordt een 1500 meter diep gat geboord waarin twee in elkaar geschoven buizen worden geplaatst. Via de binnenbuis wordt water in de ondergrondse zoutlaag gepompt. Daardoor lost ter plaatse het zout op. Het opgeloste zout, de pekel, wordt via de buitenbuis naar boven gedrukt. Dit oplosproces, het zogenoemde uitlogen, vergt tijd. Het duurt dan ook circa twee tot drie jaar voordat een caverne de gewenste vorm en grootte van zo'n 500.000 m3 tot 1.000.000 m3 inhoud heeft bereikt. Aan het einde van die periode is er een caverne gevormd die vol staat met pekel.

De ruwe pekel die uit de caverne wordt gepompt, wordt naar een pekelstation getransporteerd. Hier wordt het ontgast en van vaste stoffen ontdaan. Omdat het zoutgehalte van de pekel nog niet hoog genoeg is voor verwerking bij AkzoNobel in Delfzijl, wordt de pekel naverzadigd in de bestaande zoutwinningsputten van AkzoNobel in Zuidwending en Heiligerlee. De verzadigde pekel wordt daar vandaan via een pijpleiding naar de productielocatie van AkzoNobel in Delfzijl getransporteerd. Na zuivering wordt het hoofdzakelijk gebruikt voor de fabricage van zout voor industriële toepassingen en een klein deel voor wegenzout.

Zodra een caverne door het uitlogen de juiste vorm en grootte bereikt heeft, kan deze met gas worden gevuld. Het gas wordt onder druk in de caverne geïnjecteerd waardoor de overgebleven pekel uit de caverne wordt gedrukt. Elektrisch aangedreven compressoren brengen het aardgas op de juiste druk. Als alle pekel is verdrongen door gas, is de caverne bedrijfsgereed.

 

Gebruiken van bestaande cavernes?

AkzoNobel wint al sinds jaar en dag zout door het uitlogen van zoutholtes en heeft hiermee circa twintig cavernes gecreëerd, verdeeld over Zuidwending en Heiligerlee. Waarom worden voor gasopslag nieuwe cavernes gerealiseerd? Helaas zijn vrijwel alle bestaande cavernes te groot voor gasopslag. Bovendien liggen ze niet diep genoeg in de ondergrond. Hierdoor is de toe te passen opslagdruk beperkt en dat maakt de opslag economisch niet rendabel. Daarom is besloten voor de gasopslag nieuwe cavernes te ontwikkelen.

De omvang van cavernes

EnergyStock B.V. heeft momenteel vijf ondergrondse cavernes in beheer. Deze cavernes hebben een hoogte van zo’n 300 tot 500 meter, een doorsnede van tussen 50 à 80 meter en liggen op een diepte tussen 1000 en 1500 meter. De Eiffeltoren zou er rechtop in kunnen staan. Vier cavernes hebben elk een geometrisch volume van zo’n 600.000 m3, een caverne zelfs bijna 1.000.000 m3.