Zicht op aardgasbuffer Zuidwending, mei 2016

Geplaatst op: 31 mei 2016

In september 2015 heb ik u beloofd de resultaten over ons onderzoek naar bodemdaling te delen wanneer dit beschikbaar zou zijn. Hierbij kom ik die belofte na door de voorlopige resultaten te presenteren.

Waarom waterpasmetingen?

Met de toezichthouder op onze activiteiten, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) hebben we afgesproken dat we elke vijf jaren een optische waterpasmeting uitvoeren. Begin dit jaar zijn deze metingen -met waterpastoestellen op driepoten- weer uitgevoerd. Dat doen we samen met AkzoNobel. Sinds de start van de zoutwinning voert AkzoNobel deze metingen al uit. In 2010 heeft de eerste meting met een operationele gasopslag plaatsgevonden.

Wat houden deze metingen in?

Voorafgaand aan mijnbouwactiviteiten –zoals zoutwinning en gasopslag- wordt een prognose opgesteld hoeveel de bodem door de activiteiten zal dalen. Deze prognose wordt in de vijfjaarlijkse metingen gecontroleerd. Daarvoor is een meetnet ingericht in het verwachte bodemdalingsgebied. Dit bestaat uit fysieke peilmerken (hoogtebouten) die zijn bevestigd aan bijvoorbeeld gebouwen, viaducten en bruggen. Ook worden er ondergrondse peilmerken aangebracht. De basis voor dit net zijn peilmerken uit het meetnet NAP (Normaal Amsterdams Peil) zoals Rijkswaterstaat dat onderhoudt. Die worden aangevuld met extra peilmerken om een voldoende dicht meetnet te creëren voor onze activiteiten. Het meetnet Zuidwending bestaat uit ca. honderdtwintig meetpunten. Met landmeetkundige optische waterpasmetingen worden de hoogteverschillen tussen de peilmerken nauwkeurig in kaart gebracht. De meetinstrumenten lezen de meetbakens uit waardoor afleesfouten verleden tijd zijn. Hoogteverschillen en afstanden worden hierbij automatisch berekend.  De resultaten van de metingen van alle honderdtwintig meetpunten worden door een landmeetkundig rekenaar gecontroleerd en uitgerekend. De uitkomsten worden vergeleken met een referentiepunt buiten het invloedgebied van Gasunie en AkzoNobel waarvan de hoogte ongewijzigd is als gevolg van onze activiteiten. Daardoor kan de hoogte van de peilmerken in het invloedgebied worden bepaald. De zo bepaalde hoogten worden vergeleken met eerdere metingen. Zo wordt de daling of stijging bepaald en kan geconcludeerd worden welke bodembeweging is opgetreden.

Resultaten meting 2016

De voorlopige resultaten van de meting van begin dit jaar laten zien dat de peilmerken ter hoogte van de zoutwinningslocaties en gasopslag 2,0 tot 2,5 centimeter zijn gedaald sinds de vorige meting in 2010. Dat is  in lijn met onze verwachtingen. De bodemdaling vindt gelijkmatig en over een groot oppervlak plaats waarbij onze locaties zich in het hart van de kom bevinden. De dalingskom heeft de vorm van een zeer ondiepe schotel die geleidelijk  vanuit het diepste punt over een afstand van enkele kilometers afneemt. Met deze nauwkeurige specialistische metingen is de kom goed in beeld te brengen.

Naast onze mijnbouwactiviteiten zijn er ook andere (natuurlijke) effecten die de bodemdaling veroorzaken of beïnvloeden. Andere oorzaken in het gebied zijn bijvoorbeeld gaswinning of grondwateronttrekking. Gasunie en AkzoNobel gaan in de komende periode de voorlopige resultaten verder analyseren om te bepalen welk deel van deze daling is veroorzaakt door gasopslag en zoutwinning en welk deel is veroorzaakt door bijvoorbeeld gaswinning en grondwateronttrekking. Zodra we daar meer over kunnen melden, zal ik dat zeker weer met u delen.

Door: Joost Hooghiem | Plant Manager Underground Storages

Meer nieuws